Uitgesteld: Jacques van Marken en de geschiedenis van sociaal ondernemerschap in Delft

Lipkens Lectures
In de Lipkens Lectures lezingenreeks duikt Studium Generale samen met het Academisch Erfgoedteam van de Library in de geschiedenis. Wat betekende het vroeger om een ingenieur te zijn? Hoe is de rol van technologie in de maatschappij veranderd, en hoe plukken we daar tegenwoordig de vruchten van? Wat kunnen hedendaagse ingenieurs leren van de geschiedenis van wetenschap en technologie?

Als de oprichter van de voorloper van de TU Delft was Antoine Lipkens (1782-1847) een homo universalis. Een ingenieur, een staatsman, een uitvinder. Hij veranderde wat het betekende om ingenieur te zijn.

Jacques van Marken en de geschiedenis van sociaal ondernemerschap in Delft

In deze vierde Lipkens Lecture leidt Jan van der Mast ons langs het leven en werk van Jacques van Marken. Het echtpaar Jacques en Agneta van Marken kuste Delft eind 19e eeuw wakker. Ze begonnen twee bedrijven die multinationals werden: de Gistfabriek (nu DSM) en Calvé. Bovenal geloofden ze in sociaal ondernemerschap. Ze creëerden sociale voorzieningen voor hun arbeiders, zoals pensioenen en allerlei soorten verzekeringen. Betere huisvesting was ook een doel, dus creëerden ze in 1884 het Agnetapark, de eerste tuinstad van Nederland. Het echtpaar woonde in dit park, tussen hun werknemers.

Jacques van Marken zei als TU-student al dat hij ‘tot nut voor de maatschappij’ wilde zijn. Later kwam hij er als bekende (sociale) ondernemer achter dat het lastig was om medewerkers te krijgen die konden denken zoals hij. Hij schreef een manifest waarin hij stelde dat de samenleving een nieuw soort ingenieur nodig had: een sociale.

Jacques was een gadgetman: hij was de eerste Nederlander met een telefoon, de vierde met een auto (een Benz) en hij experimenteerde met het nieuwe medium film. Agneta leidde met succes een parfumfabriek, Maison Neuve.

Jan van der Mast is toneel- en romanschrijver. Hij studeerde Stedenbouwkunde aan de TU Delft en in Barcelona. Als stedenbouwkundig ontwerper ontwikkelde hij een ‘Toekomstvisie Hoogvliet’, maar koos in 1990 voor het schrijverschap. Voor het absurdistische toneelstuk ‘Dood van een sardien’ ontving hij in 1991 een nominatie voor de Nederlands-Vlaamse Toneelschrijfprijs. Zijn roman ‘Films, vaders & neuzen’ verscheen in 1994 bij de SUN (Nijmegen) en werd genomineerd voor de Debutantenprijs. Een jaar later won hij de Essayprijs van de NRC met het stuk ‘Een uitstapje naar de werkelijkheid’.

Tegenwoordig concentreert Van der Mast zich op het schrijven van historische romans, waarbij hij zijn fantasie de vrije loop laat om gaten te dichten. Bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam verschenen de romans ‘De kleine Keizer’ (2012) en ‘Agneta’ (2015). In 2019 voltooide hij een biografie over Jacques van Marken (1845-1906) die eind 19e eeuw in de Nederlandse industrie een belangrijke rol speelde als ‘modelfabrikant’. Hij was de eerste ondernemer was met pensioenen en woningen.

Visit the locations website here.